OverstromingsveiligheidKwantitatieve risicoanalyse en waterveiligheidsbeleid In de Wet op de Waterkering zijn overschrijdingskansen gedefinieerd voor de waterstanden die de primaire keringen veilig moeten kunnen keren. In toenemende mate wordt gesproken over een integraal waterveiligheidsbeleid, waarin overstromingskansen (anders dan overschrijdingskansen) en gevolgen in samenhang worden beschouwd. Ook door de tweede Deltacommissie wordt geadviseerd om bij de beoordeling van overstromingskansen uit te gaan van de omvang van overstromingsrisico’s. De introductie van een risicobenadering is echter geen eenvoudige opgave. Door de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen (TAW, heden ENW) is reeds in de negentiger jaren geadviseerd om een risicobenadering te introduceren in het waterveiligheidsbeleid. In 1992 is de Marsroute ingezet en in 1993 is de haalbaarheid van een probabilistische analyse van dijkringen aangetoond. Op basis van de Casestudies 1998, de ONIN-studie en SPRINT is door de TAW in 2000 geadviseerd om de overstromingskansen voor alle 53 dijkringgebieden te laten berekenen. Na de Picaso-studie is VNK-1 gestart, gevolgd door VNK-2. VNK-2 is erop gericht om een kwantitatief beeld te geven van de overstromingsrisico's in Nederland. Jongejan RMC is actief betrokken bij studies om overstromingsrisico's te kwantificeren en de overstap te maken naar een risicogebaseerd waterveiligheidsbeleid. Zo is door Jongejan RMC
een doorlichting van het project VNK-2 uitgevoerd, en is geparticipeerd in studies naar de mogelijkheden om slachtofferrisico's te betrekken bij de beoordeling van de veiligheid tegen overstromingen. De verzekerbaarheid van overstromingsrisico's Duidelijke, vooraf opgestelde regels voor de financiële ondersteuning van slachtoffers kunnen een snel en efficiënt herstel bevorderen in de tumultueuze periode na een overstroming. Een verzekeringsarrangement voor overstromingen bestaat in Nederland echter niet. Naast grootschalige overstromingen door het bezwijken van duinen en rivierdijken, zijn er ook andere typen overstromingen momenteel onverzekerbaar: overstromingen in buitendijks gebied en overstromingen door het falen van regionale keringen. Schade is onverzekerbaar wanneer de premies niet acceptabel zijn voor de verzekeraars of de verzekeringsnemers. Veelbesproken oorzaken van de onverzekerbaarheid van overstromingen zijn (i) concentratie, (ii) moreel risico, (iii) antiselectie, en (iv) verdringing van de markt door de overheid. Het belang van deze en andere aspecten verschilt per type overstroming en per land. Ook in andere landen vraagt de (on)verzekerbaarheid van overstromingsschade aandacht. Een belangrijk aspect daarbij betreft de relatie tussen het individu, de overheid, en de verzekeringsindustrie. In veel gevallen hebben individuele burgers relatief weinig invloed op de omvang van hun blootstelling en is een actieve bijdrage van de overheid benodigd om overstromingsrisico's middels publieke werken en ruimtelijke ordening te beperken.
|
|
|
|
|---|
