Externe veiligheidRisicobeheersing, strategie en beleid Met het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen heeft het Nederlandse externe veiligheidsbeleid een wettelijke grondslag gekregen. Hoewel het beleid op hoofdlijnen staat, vinden er nog diverse ontwikkelingen plaats. Belangrijke thema's betreffen de invulling van de adviesrol van de regionale brandweer, de beperkingen van de huidige QRA-praktijk voor het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van risicoreducerende maatregelen, de kosten en baten van preventie, de introductie van een basisnet voor het transport van gevaarlijke stoffen, en de mogelijkheden en beperkingen van verplichte verzekering. Jongejan RMC adviseert bij dergelijke thema's op zowel tactisch als strategisch niveau. Een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen is nooit geheel uit te sluiten. In het dichtbevolkte Nederland is het immers onmogelijk om kwetsbare objecten en gevaarlijke inrichtingen dusdanig ver uit elkaar te plaatsen dat zich bij een ongeval geen schade buiten de poort voordoet. In het externe veiligheidsbeleid wordt dan ook niet slechts gekeken naar de gevolgen van mogelijke ongevallen, maar ook naar de kansen daarop. De aanvaardbaarheid van risico's wordt in Nederland afgewogen op basis van een norm voor het plaatsgebonden risico en een oriënterende waarde voor het groepsrisico. Ook geldt er een verantwoordingsplicht groepsrisico. De contouren van het externe veiligheidsbeleid zijn voor alle EU-lidstaten vastgelegd middels de Seveso-Richtlijnen. De implementatie van deze richtlijnen in nationale wetgeving, verschilt van land tot land. Zo worden in Frankrijk, anders dan in Nederland, burgers actief betrokken bij de uitvoering van lokaal EV-beleid middels comités en ligt in het Verenigd Koninkrijk de nadruk niet zozeer op wettelijke grenswaarden maar op ALARP (as low as reasonably practicable). Deze verschillende benaderingen bieden inzicht in de verschillende mogelijkheden om EV-beleid vorm te gaan, waarbij uiteraard rekening moet worden gehouden met de economische, sociale en institutionele verschillen tussen landen. |
|
Het plaatsgebonden risico betreft de jaarlijkse overlijdenskans van een hypothetisch persoon die onbeschermd, permanent op een bepaalde lokatie zou verblijven.Het plaatsgebonden risico kan middels contouren op een kaart worden weergegeven. De risicocontouren moeten niet worden verward met het gebied waarin schade is te verwachten bij een ongeval.
De normering van het plaatsgebonden risico legt een individueel basisveiligheidsniveau vast. Maar omdat het plaatsgebonden risico weinig zegt over de kans op een grootschalig ongeval, wordt ook afzonderlijk gekeken naar het groepsrisico. Het groepsrisico is gedefinieerd als een FN-curve, waarin de jaarlijkse overschrijdingskans van het aantal slachtoffers staat afgebeeld.
Anders dan het plaatsgebonden risico kent het groepsrisico geen wettelijke grenswaarde maar een oriënterende waarde. Daarnaast geldt een verantwoordingsplicht groepsrisico. In het kader van deze verantwoordingsplicht dient het bestuur van de regionale brandweer in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.
|
|
|---|

